Op 25 februari 2014 heeft verdachte geprobeerd [slachtoffer 1] af te persen door onder bedreiging met een op een echt vuurwapen gelijkend balletjespistool €1700,- te eisen. Tijdens deze poging heeft verdachte samen met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de auto gezeten en hen gegijzeld door hen te verbieden de auto te verlaten onder dreiging van het nepwapen.
Verdachte heeft de feiten bekend en de rechtbank achtte de verklaringen van de slachtoffers en de bekentenis van verdachte wettig en overtuigend bewezen. De gijzeling was van korte duur, maar voldoende om van wederrechtelijke vrijheidsberoving te spreken. Het bezit van het balletjespistool werd eveneens bewezen.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en de maatschappelijke onrust die dergelijke feiten veroorzaken. Tegelijkertijd werd meegewogen dat verdachte niet eerder in aanraking was gekomen met justitie, dat de gijzeling kort was en dat verdachte hulp zocht en een opleiding wil volgen.
Daarom werd een gevangenisstraf van 1 jaar opgelegd, voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht en behandeling. Daarnaast werd een werkstraf van 240 uur opgelegd met een vervangende hechtenis van 120 dagen bij niet-naleving.