Uitspraak
Vereniging van basisonderwijs op Refomatorische Grondslag
Rechtbank Gelderland
Eiser, een leerkracht en teamleider bij een reformatorische basisschool sinds 1994, werd in februari 2014 geschorst door het bestuur van de school. Na een korte periode werd hem medegedeeld dat terugkeer op school niet meer mogelijk was vanwege de veiligheidssituatie, mede ingegeven door klachten van personeel.
Eiser vorderde in kort geding een immateriële schadevergoeding van € 25.000,- en volledige rehabilitatie en rectificatie, stellende dat de schorsing procedureel onjuist was en zijn reputatie ernstig had geschaad. De school voerde verweer dat de schorsing een ordermaatregel was, niet onrechtmatig of onjuist, en dat het belang van de school voorop stond.
De kantonrechter oordeelde dat binnen het beperkte kader van het kort geding onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de school onrechtmatig had gehandeld. Ook de vordering tot rehabilitatie en rectificatie werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van diffamerende uitlatingen. De kantonrechter benadrukte dat eiser het geschil nog aan de bodemrechter kan voorleggen en veroordeelde eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot immateriële schadevergoeding en rehabilitatie werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.