ECLI:NL:RBGEL:2014:4837

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 juli 2014
Publicatiedatum
31 juli 2014
Zaaknummer
05/760022-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak militair voor veroorzaken verkeersongeval op busbaan Schiphol

Op 26 oktober 2012 vond op de busbaan te Schiphol een verkeersongeval plaats waarbij een militair betrokken was. Hem werd verweten met een snelheid tussen 83 en 95 km/u te hebben gereden waar een maximumsnelheid van 30 km/u gold, en een rood uitstralend 'negenoog' verkeerslicht te hebben genegeerd, waardoor medeweggebruikers zwaar lichamelijk letsel opliepen.

De zaak werd op 14 juli 2014 behandeld door de militaire kamer van de Rechtbank Gelderland. De officier van justitie vorderde een werkstraf en rijontzegging wegens roekeloosheid en onoplettendheid. De verdediging pleitte vrijspraak.

De militaire kamer oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de militair het rode licht had genegeerd. Ook bleek uit het dossier dat de tijdelijke snelheidsbeperking van 30 km/u niet gold op de plaats van het ongeval, waar een maximumsnelheid van 80 km/u gold. Hoewel de militair de 80 km/u had overschreden, was dit niet zodanig dat sprake was van roekeloos of aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag.

Gelet op het feit dat de militair zich op een voorrangsweg bevond en het ontbreken van concreet gevaarlijk gedrag, sprak de militaire kamer de militair vrij van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde. De uitspraak werd gedaan op 28 juli 2014 in Arnhem.

Uitkomst: De militaire kamer sprak de militair vrij wegens onvoldoende bewijs van gevaarlijk rijgedrag en het negeren van een rood verkeerslicht.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Promis II
Parketnummer : 05/760022-13
Datum zitting : 14 juli 2014
Datum uitspraak : 28 juli 2014
TEGENSPRAAK
Vonnis van de militaire kamer in de zaak van
de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
naam :[verdachte]
geboren op : [geboortedatum]
adres : [adres],
plaats : [woonplaats],
raadsvrouw : mr. T.H. Ten Wolde, advocaat te Arnhem.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 26 oktober 2012 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, Busbaan te Schiphol-Noord, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij, verdachte, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- rijdende over de Busbaan (bestemd voor lijnbussen) met een snelheid gelegen tussen 83 en/of 95 kilometer per uur, althans met een snelheid (veel) hoger dan de toegestane maximale snelheid van 30 kilometer per uur gereden en/of (vervolgens)
- een rood uitstralend 'negenoog' (verkeerslicht aanwezig naast en/of bestemd
voor verkeer op de Busbaan) genegeerd en/of (vervolgens)
- gekomen nabij de kruising met het naamloze brom- fietspad op/tegen overstekende medeweggebruiker is gebotst en/of gereden, waardoor (een) ander(en) (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd(en) toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:
hij op of omstreeks 26 oktober 2012 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een voertuig (personen/arrestanten bus), daarmee rijdende op de weg, Busbaan te Schiphol-Noord (bestemd voor lijnbussen),
- met een snelheid gelegen tussen 83 en/of 95 kilometer per uur, althans met een snelheid (veel) hoger dan de toegestane maximale snelheid van 30 kilometer per uur heeft gereden en/of (vervolgens)
- een rood uitstralend 'negenoog' (verkeerslicht aanwezig naast en/of bestemd voor verkeer op de Busbaan) heeft genegeerd en/of (vervolgens)
- gekomen nabij de kruising met het naamloze brom- fietspad op/tegen een overstekende medeweggebruiker is gebotst en/of gereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2.Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 14 juli 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. T.H. Ten Wolde, advocaat te Arnhem.
De officier van justitie, mr. M.R. van Nes, heeft gerekwireerd.
Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3.De beslissing inzake het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. Naar de mening van de officier van justitie kan niet worden bewezen dat verdachte een rood uitstralend ‘negenoog’ heeft genegeerd. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat voor het overige sprake is van rijgedrag dat dient te worden aangemerkt als zeer dan wel aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van tachtig uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Het standpunt van de verdediging
Door de verdediging is zowel voor het primair als subsidiair tenlastegelegde vrijspraak bepleit.
Op het verweer wordt, voor zover nodig, hieronder ingegaan.
Beoordeling door de militaire kamer
Ten aanzien van het primair en subsidiair tenlastegelegde
Negeren van een rood uitstralend ‘negenoog’
Met de officier van justitie en de verdediging is de militaire kamer van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat verdachte een rood uitstralend verkeerslicht (‘negenoog’) heeft genegeerd. De militaire kamer zal verdachte daarom van deze gedraging vrijspreken.
De overige gedragingen
De militaire kamer stelt vast dat ter plaatse van de aanrijding voor het verkeer op de busbaan een maximumsnelheid gold van 80 km/u, doch dat voor een deel van de busbaan een tijdelijke maximumsnelheid gold van 30 km/u, aangegeven door middel van verkeersborden. Deze maatregel van een tijdelijke snelheidsbeperking was genomen vanwege het slechte wegdek van (een deel van) de busbaan. Op, zich in het dossier bevindende, foto’s is te zien dat het verkeersbord dat deze tijdelijke maximumsnelheid aanduidt voor verkeer in de rijrichting waarin verdachte reed, geplaatst was op de busbaan, net voor de kruising met het Elzenpad, en daarmee ook voor de kruising van de busbaan met het fietspad. Voorts is te zien dat, voor verkeer uit tegenovergestelde richting, dit bord geplaatst is na de kruising van de busbaan en het fietspad waar de aanrijding plaatsvond. Op grond van het bovenstaande acht de militaire kamer niet wettig en overtuigend bewezen dat op de kruising van de busbaan en het fietspad (en derhalve daar waar het ongeval plaatsvond) een maximumsnelheid van 30 km/u gold. Bovendien blijkt dat de tijdelijke snelheidsbeperking was genomen vanwege de weggesteldheid en niet vanwege de kruising van de busbaan met het fietspad. Ook stelt de militaire kamer vast dat de tijdelijke snelheidsbeperking geen verband hield met het systeem waardoor de waarschuwingslichten op de kruising van de busbaan met het fietspad in werking worden gesteld, nu immers uit het dossier blijkt dat dat systeem was ingesteld op een snelheid van ongeveer 40 km/u.
Uit het onderzoek door de politie naar het ongeval blijkt dat verdachte ten tijde van de aanrijding met een minimale snelheid van 83,3 kilometer per uur en een maximale snelheid van 95,5 kilometer per uur heeft gereden. Naar het oordeel van de militaire kamer blijkt daaruit dat verdachte weliswaar de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 80 km/u heeft overschreden, maar naar het oordeel van de militaire kamer was deze overschrijding niet zodanig dat gezegd kan worden dat verdachte daardoor roekeloos, dan wel aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend over die busbaan heeft gereden.
Gelet op het voorgaande, en daarbij meewegend dat verdachte zich op een voorrangsweg bevond, is de militaire kamer van oordeel dat het primair tenlastegelegde niet bewezen kan worden. Zij zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feit.
Dit geldt ook voor het subsidiair tenlastegelegde feit, nu de gedragingen van verdachte naar het oordeel van de militaire kamer, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, onvoldoende waren om te kunnen spreken van concreet gevaarscheppend gedrag, waarbij het gevaar gelegen was in een reële kans op een ongeval.
Conclusie
De militaire kamer acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde.

4.De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:
Spreekt verdachte vrijvan het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde feit.
Aldus gewezen door:
mr. H.G. Eskes (voorzitter), mr. J.M.J.M. Doon (rechter) en kapitein ter zee van administratie mr. F.N.J. Jansen (militair lid),
in tegenwoordigheid van mr. D.T.P.J. Damen, griffier
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juli 2014.