Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
/ofeen of meer ruiten van (een) vitrinekast(en),
bewezendat verdachte
het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 en 5 tenlastegelegdeheeft begaan;
poging tot zware mishandeling;
poging tot zware mishandeling;
poging tot zware mishandeling;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd;
diefstal
gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een
proeftijd van 3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
taakstraf, te weten:
werkstrafgedurende
240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
schadevergoedingaan de
navolgende benadeelde partijenvan de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf na te melden datum en met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil;
1.[slachtoffer 1]. € 1.831,70
[slachtoffer 2] € 1.169,00
[slachtoffer 4] € 1.129,52
verplichting op aan de Staatten behoeve van het /de navolgende slachtoffer(s) te betalen de hierna genoemde bedragen,
steeds met toepassing van de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2012, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
1.[slachtoffer 1] € 1.831,70 28 dagen;
[slachtoffer 2] € 1.169,00 21 dagen;
[slachtoffer 4] € 1.129,52 21 dagen;
22 juli 2014.