Uitspraak
[verdachte]
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen van ongeveer €176.149,82, mogelijk afkomstig uit hennephandel en zwart geld uit bouwactiviteiten van haar partner. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 voorwaardelijk.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat verdachte contante stortingen deed op een gezamenlijke rekening en dat zij op de hoogte was van de hennephandel door haar partner. Echter, verdachte verklaarde dat zij aanzienlijke bedragen contant had ontvangen als schenking van familieleden en dat zij dacht dat haar partner zijn inkomsten uit legale bouwactiviteiten en handel haalde.
De rechtbank oordeelde dat deze verklaringen concreet en verifieerbaar waren en dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. De verdenking op basis van verklaringen over hennephandel was onvoldoende, mede omdat die zaak was geseponeerd.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde witwasfeit. De vrijspraak volgde mede omdat verdachte in een kwetsbare positie verkeerde en de verklaringen van familieleden betrouwbaar werden geacht.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs van schuld.