Op 1 januari 2014 ontstond een ruzie tussen verdachte en zijn echtgenote in hun woning te Doetinchem. Tijdens deze ruzie heeft verdachte zijn vrouw mishandeld door haar met kracht op het bed te duwen, bij de keel vast te grijpen en haar te bedreigen met de woorden 'Ik kan je wel vermoorden'.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot doodslag en poging tot zwaar lichamelijk letsel, maar verklaarde hem schuldig aan mishandeling en bedreiging. De mishandeling bestond uit het vastpakken van de keel en het duwen met kracht, waarbij het slachtoffer letsel en pijn ondervond.
De rechtbank oordeelde dat de bedreiging ernstig was vanwege het fysieke overwicht van verdachte en de situatie waarin het slachtoffer verkeerde, waardoor zij gerede vrees kon hebben voor haar leven. Verdachte ontkende de intentie om bang te maken, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De officier van justitie had een voorwaardelijke gevangenisstraf met reclasseringstoezicht gevorderd, maar de rechtbank legde een werkstraf van 100 uur op, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De Borg-training werd niet opgelegd vanwege de weerstand van verdachte. De straf houdt rekening met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.