AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling ontucht met minderjarig nichtje door oom
De rechtbank Gelderland heeft op 27 juni 2014 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 60-jarige man uit Driel die werd verdacht van ontuchtige handelingen met zijn nichtje in de periode van 1990 tot 1998.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte meermalen ontuchtige handelingen heeft verricht met het slachtoffer toen zij jonger was dan zestien jaar. Het bewijs bestond vooral uit de verklaringen van het slachtoffer, die door de rechtbank als betrouwbaar werd beoordeeld, mede ondersteund door verklaringen van de echtgenote van verdachte en andere getuigen. De verdediging voerde aan dat de verklaringen onvoldoende steun hadden en dat aanrakingen per ongeluk zouden zijn gebeurd, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten met een tweede slachtoffer wegens onvoldoende bewijs. Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, het misbruik van vertrouwen en de kwetsbaarheid van het slachtoffer, legde de rechtbank een werkstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand op. De gevangenisstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij binnen drie jaar een nieuw strafbaar feit wordt gepleegd.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur werkstraf en één maand voorwaardelijke gevangenisstraf wegens ontucht met minderjarig nichtje.
Voetnoten
1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politieregio Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, registratienummer PL07AH 2012115417, gesloten op 17 april 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], dossierpagina 44 1e alinea en pagina 45, 4e en 5e alinea; de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 juni 2014.
3.Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], dossierpagina 43, 7e alinea.
4.Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], dossierpagina 45, 2e alinea.
5.Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], dossierpagina 45, 3e alinea.
6.Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], dossierpagina 44, 3e alinea.
7.Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], dossierpagina 44, 4e alinea.
8.Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], dossierpagina 44, 5e alinea.
9.Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], dossierpagina 44, 7e alinea.
10.De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting, d.d. 13 juni 2014.
11.Een schriftelijk bescheid, zijnde een brief van verdachte aan aangeefster, d.d. 17 juni 2002, dossierpagina 89.
12.Een proces-verbaal van verhoor [betrokkene], dossierpagina 112, 3e alinea.
13.Een proces-verbaal van verhoor [betrokkene], dossierpagina 112, 11e alinea.
14.Een proces-verbaal van verhoor [betrokkene], dossierpagina 112, 8e alinea.
15.Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], dossierpagina 107, 5e alinea.