ECLI:NL:RBGEL:2014:3651
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters belastingkamer wegens gebrek aan objectieve vrees voor vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de meervoudige belastingkamer, stellende dat zij partijdig zouden zijn vanwege het niet willen instellen van onderzoek naar vermeend strafbaar handelen van een werknemer bij het UWV en de Belastingdienst.
De rechtbank overwoog dat wraking slechts mogelijk is bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter aantasten en dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen. Verzoeker moest concrete feiten aanvoeren die objectief aantonen dat de rechters vooringenomen zijn of dat de vrees daarvoor gerechtvaardigd is.
De rechtbank stelde vast dat de juistheid van de beslissing van de rechters niet via wraking kan worden aangevochten, maar alleen via een rechtsmiddel tegen de uiteindelijke beslissing. De vrees voor vooringenomenheid was niet objectief gerechtvaardigd omdat de beslissing van de rechters niet onbegrijpelijk was in het licht van de feiten en omstandigheden.
De procedure betrof de aftrekbaarheid van kosten en het niet voldoen van griffierecht in belastingzaken over de jaren 2008-2010 en 2011. De rechtbank concludeerde dat het oordeel van de rechters om geen onderzoek te doen naar de werknemer niet onbegrijpelijk was en wees het wrakingsverzoek af. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.