Uitspraak
[verdachte]
Rechtbank Gelderland
Op 6 mei 2013 heeft verdachte het slachtoffer bedreigd door hem met benzine te besproeien en vervolgens tegen een muur te drukken, daarbij dreigend uitte dat het hem niets kon schelen als het slachtoffer zou overlijden. Dit feit werd wettig en overtuigend bewezen verklaard door verklaringen van het slachtoffer en een getuige.
De rechtbank oordeelde dat de bedreiging ernstig was gezien het gebruik van een brandbare vloeistof en de dreiging met de dood, mede omdat verdachte wist dat het slachtoffer longproblemen had. Verdachte ontkende de bedreiging met een misdrijf tegen het leven, maar wilde alleen angst aanjagen, wat niet werd aangenomen.
Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder verminderde toerekeningsvatbaarheid en lopende behandeling voor verslaving en persoonlijkheidsstoornis, legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden zoals reclasseringstoezicht.
Daarnaast werd een schadevergoeding van €404,13 aan het slachtoffer toegewezen, inclusief materiële en immateriële schade, met een vervangende hechtenis van acht dagen bij niet-betaling. De inbeslaggenomen kleding van het slachtoffer werd aan hem teruggegeven.
De straf en voorwaarden zijn bedoeld om verdachte te stimuleren zijn behandeling voort te zetten en zich te onthouden van alcoholgebruik, met een langdurige proeftijd als stok achter de deur.
Uitkomst: Verdachte krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van drie jaar wegens bedreiging met brandbare vloeistof en dwang.