Uitspraak
[verdachte]
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Het onderzoek ter terechtzitting
feit 1 (behoudens het ten laste gelegde geweld), 2 primair, 3 en 4sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde Pro lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt per feit volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, tenzij anders vermeld.
het onder 1tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:
het onder 2 primair, 3 en 4tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:
/ofeen valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels,[benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van een PIN-code (behorende bij een [naam bank]-bankpas, op naam van rekeninghouder [benadeelde 2] voornoemd, rekeningnummer [nummer]) hierin bestaande dat verdachte tezamen met verdachtes mededader met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven
het onder 5tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
(twee medewerkers de [naam bank] bank te bewegen tot afgifte van geldbedragen (te weten 3000 euro en/of 9000 euro), met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- (telkens) opzettelijk valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De motivering van de sanctie(s)
7.De toegepaste wettelijke bepalingen
8.De beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.
12 (twaalf) maandenniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
proeftijd van 2 (twee) jarenheeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.
€ 2.550,- (tweeduizendvijfhonderdenvijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 35 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
De beslissing op de vordering van de benadeelde partij[benadeelde 2]
€ 150,- (honderdvijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.