ECLI:NL:RBGEL:2014:3040
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Gilhuis
- Kropman
- Van Valderen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs aanranding
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak van een 77-jarige verdachte die werd beschuldigd van aanranding van een 75-jarige vrouw met lichamelijke beperkingen. De vrouw zat in een rolstoel en kon door een hersenbloeding slechts haar armen bewegen. Verdachte gaf toe haar op haar verzoek te hebben geknuffeld en haar borsten te hebben gekust, maar stelde dat dit met instemming was gebeurd.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van twee dagen, gelijk aan de duur van het voorarrest. De verdediging bepleitte vrijspraak en stelde dat het proces-verbaal eenzijdig was en dat er onvoldoende steunbewijs was naast de aangifte.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de aanranding had gepleegd. Er was slechts de aangifte als bewijs, zonder aanvullend steunbewijs. Ook kon niet worden vastgesteld dat de lichamelijke onmacht van de vrouw haar afweer onmogelijk maakte. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde.
De benadeelde partij had een vordering tot immateriële schadevergoeding ingediend, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De rechtbank wees de vordering af conform artikel 361, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering.
Het vonnis werd uitgesproken op 9 mei 2014 door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Zutphen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor aanranding.