Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
naam: [verzoeker] (hierna: verzoeker),
De behandeling in raadkamer
- verzoekers advocaat, mr. M. Schwab voornoemd;
- officier van justitie, mr. C. van Zwol.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens de ondergane voorlopige hechtenis en inverzekeringstelling, met een bedrag van €12.835,-. De officier van justitie heeft betoogd dat verzoeker niet-ontvankelijk is omdat de zaak niet zonder oplegging van straf is geëindigd.
De raadkamer overweegt dat het begrip 'zaak' in de zin van artikel 89 Sv Pro betrekking heeft op het gehele rechtsgeding, waarbij voeging en splitsing van strafzaken bepalend zijn. Omdat de zaken onder de parketnummers 05/720115-13 en 05/800622-13 zijn gevoegd en verzoeker voor het feit onder 05/800622-13 is veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf, is de zaak niet zonder straf geëindigd.
De verdediging voerde aan dat voeging onredelijk was, maar er is geen verzoek tot splitsing gedaan tijdens de procedure. De rechtbank en officier van justitie hebben bij de strafoplegging rekening gehouden met de voorlopige hechtenis. De raadkamer ziet geen reden om af te wijken van vaste jurisprudentie en verklaart verzoeker niet-ontvankelijk.
Verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand bij het indienen van het verzoek wordt conform vaste rechtspraak apart behandeld onder artikel 591a Sv.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding wegens reeds opgelegde werkstraf waarbij rekening is gehouden met voorlopige hechtenis.