Uitspraak
[verdachte]
2.Het onderzoek ter terechtzitting
- dat verdachte zijn betrokkenheid bij het wegnemen van de laptops ontkent;
- dat niet alleen verdachte maar ook vele anderen wetenschap hadden van de referentienummers en deze hadden kunnen doorspelen;
- dat naar lang niet al deze anderen onderzoek is gedaan naar hun mogelijke betrokkenheid bij het wegnemen van de laptops;
- dat de laadlijst met de referentienummers is afgedrukt op zaterdag 10 november 2012 om 14.23.41 uur. Nu verdachte volgens de personeelslijst die dag om 13.59 is vertrokken, kan hij niet degene zijn geweest die de printopdracht heeft gegeven;
- dat door medeverdachten met name gesproken wordt over een meisje dat bij [benadeelde] zou werken en de papieren van de chauffeurs zou weghalen. De aanwijzingen van betrokkenheid van een Marokkaanse jongen zijn onvoldoende om te kunnen herleiden tot verdachte;
- dat slechts gesteld kan worden dat verdachte telefonisch contact heeft gehad met [betrokkene 1] maar dat niet duidelijk is geworden wat er tijdens die contacten is besproken;
- dat dit contact ook niet bijzonder is, nu zij elkaar al enkele jaren kennen vanuit het theehuis. Hun telefonisch contact beslaat een veel langere periode, niet alleen de dagen rondom het wegnemen van de laptops. Daarnaast komt het vaker voor dat zij elkaar op tijdstippen midden in de nacht of vroeg in de ochtend bellen.
- de partijen op zaterdag al klaar stonden, hetgeen niet altijd het geval is maar wel noodzakelijk was om op maandag 12 november 2012 de ladingen te kunnen laden alvorens de werkelijke chauffeurs zouden arriveren;
- het de grootste en de duurste partijen waren van die dag terwijl aan de buitenkant van de pallets niet te zien is om wat voor producten het gaat en of het een grote of kleine lading betreft.
- het gaat om twee verschillende transporteurs en het niet aannemelijk is dat de informatie door medewerkers van twee verschillende transporteurs is verstrekt.
rechtbank:bedoeld wordt [medeverdachte 4]) had gehoord dat een jongen van Marokkaanse afkomst, die een bril zou dragen, op de werkvloer bij [benadeelde] zou werken. Deze Marokkaanse jongen zou er op de werkvloer voor zorgen dat de laptops snel geladen zouden worden. Nu verdachte de enige brildragende Marokkaanse jongeman was die bij [benadeelde] werkte op de relevante data en ook de betreffende ladingen heeft geladen, ziet de rechtbank in de verklaring van [medeverdachte 3] een directe aanwijzing voor de betrokkenheid van verdachte [verdachte].
rechtbank:zoals ook verdachte) bekend zijn met deze nummers. Dit blijkt ook uit het gegeven dat verdachte de laadlijst heeft geprint en dat hierop de referentienummers vermeld stonden.