ECLI:NL:RBGEL:2014:2080
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering AOW-toeslag wegens nabetaling uitkeringen partner
Eiser ontving vanaf maart 2009 een AOW-pensioen en vanaf juni 2009 een AOW-toeslag. Verweerder trok de toeslag over de periodes 14 oktober 2009 tot februari 2013 in en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug, omdat de partner van eiser in die perioden recht had op ZW- en WIA-uitkeringen die nabetalingen betroffen.
Eiser betwistte de terugvordering en stelde dat verweerder naliet herzieningsbesluiten te nemen en dat nabetalingen aan de partner niet aan hem toegerekend mochten worden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de toeslag met terugwerkende kracht had herzien en ingetrokken op grond van de AOW-artikelen 17 en 17a. De nabetalingen dienen aan de periode van het recht op uitkering te worden toegerekend, ongeacht dat ze aan de partner zijn gedaan.
Voorts stelde eiser dat hem niet duidelijk kon zijn dat de nabetalingen invloed hadden op zijn toeslag. De rechtbank vond dat verweerder het beleid consistent en redelijk toepaste, waarbij rekening werd gehouden met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Eiser had de verplichting wijzigingen in het inkomen van zijn partner te melden en had moeten verwachten dat uitkeringen met terugwerkende kracht werden toegekend.
Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en eiser had geen tijdig bezwaar gemaakt tegen invorderingsafspraken. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees proceskosten af.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking en terugvordering van de AOW-toeslag zijn ongegrond verklaard.