Uitspraak
Het verloop van de procedure
verzoek van de officier van justitie
2.Het verzoekDe officier van justitie verzoekt om [verweerster] in staat van faillissement te verklaren.
3.Het verweer
De beoordeling
Rechtbank Gelderland
Het openbaar ministerie verzocht de rechtbank Gelderland om verweerster failliet te verklaren op grond van artikel 1 lid 2 van Pro de Faillissementswet, stellende dat er sprake was van een openbaar belang. Dit belang zou gelegen zijn in het beschermen van diverse failliete boedels, het ondersteunen van een lopend strafrechtelijk onderzoek en het voorkomen van het wegsluizen van vermogen dat toebehoort aan de echtgenoot van verweerster.
De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie het openbaar belang onvoldoende had aangetoond. Het feit dat vermogen mogelijk onttrokken is aan failliete boedels vormt geen openbaar belang dat het belang van crediteuren overstijgt, en het is aan de curatoren om hiertegen op te treden. Ook het belang van waarheidsvinding in het strafrechtelijk onderzoek rechtvaardigt volgens de rechtbank geen faillissementsverzoek.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat het vermoeden van het wegsluizen van vermogen via verweerster onvoldoende onderbouwd was om een faillietverklaring te rechtvaardigen, mede omdat de echtgenoot van verweerster reeds failliet is en de curator toezicht houdt. Verweerster betwistte bovendien dat zij niet meer aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen.
Gelet op deze overwegingen wees de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring af. De beschikking werd gegeven op 11 maart 2014 door mr. P.F.A. Bierbooms.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van verweerster wordt afgewezen wegens onvoldoende aangetoond openbaar belang.