Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[eiser sub 2],
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 23 januari 2013;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 12 april 2013 en de daarin vermelde stukken;
- het proces-verbaal van voortgezette comparitie van partijen van 6 december 2013 en de daarin vermelde stukken.
2.De feiten
- dat [gedaagde] een onderneming drijft onder de naam “[handelsnaam]”, hierna te noemen de Onderneming.
- dat de Onderneming zal worden ingebracht in de daarvoor reeds opgerichte besloten vennootschap [handelsnaam].
- dat [handelsnaam] voor Onderneming een groeiscenario voor ogen heeft, welk groeiscenario is neergelegd in een ondernemingsplan;
- dat voor het realiseren van deze groei additionele financiële middelen noodzakelijk zijn, over welke middelen de vennootschap thans niet beschikt;
- dat [handelsnaam] daarom voor de financiering van de voor de groei noodzakelijke financiële middelen een participant heeft gezocht en deze heeft gevonden in de persoon van Dorigo;
- dat Dorigo de wens heeft om te gaan participeren in [handelsnaam] en heeft aangegeven de voorgenomen groei te willen financieren;
- dat partijen de tussen hen beide gemaakte afspraken bij schriftelijke overeenkomst wensen te regelen;