Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
VONNIS
[verdachte],
Beslissing
niet bewezen, dat verdachte het
onder 2 ten laste gelegdeheeft begaan en
spreekt verdachte daarvan vrij;
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
werkstrafgedurende
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;