ECLI:NL:RBGEL:2013:CA2470
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en intrekking van bijstandsrecht wegens niet-rechtmatig verblijf van vreemdeling
Eiser, een vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die op 13 juli 2011 verliep. Zijn aanvraag tot verlenging werd niet tijdig en correct ingediend, waardoor deze werd aangemerkt als een aanvraag tot verlening en uiteindelijk afgewezen.
Gedurende de periode van 13 juli 2011 tot 14 december 2012 werd het recht op bijstand van eiser door verweerder beëindigd en ingetrokken, omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor gelijkstelling met een Nederlander zoals bedoeld in artikel 11 van Pro de Wwb. De rechtbank oordeelde dat eiser in deze periode geen rechtmatig verblijf had, noch voldeed aan de voorwaarden van het Besluit gelijkstelling.
Eiser voerde aan dat hij recht had op bijstand omdat hij tijdig een aanvraag tot verlenging had gedaan en dat de Minister hem had moeten verzoeken zijn aanvraag aan te vullen. De rechtbank verwierp deze stelling en stelde vast dat eiser geen rechtmatig verblijf had in de relevante perioden. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van verweerder bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging en intrekking van het recht op bijstand bevestigd.