ECLI:NL:RBGEL:2013:CA0742
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking gedoogverklaring coffeeshop wegens bijzondere omstandigheden
Verzoeker exploiteerde een coffeeshop waarvoor hem op 26 april 2012 een gedoogverklaring voor onbepaalde tijd was verleend. Na een politie-inval op 21 september 2011 waarbij grote hoeveelheden softdrugs werden aangetroffen, werd verzoeker strafrechtelijk veroordeeld. Gevolg hiervan was dat de burgemeester van Apeldoorn op 20 december 2012 de gedoogverklaring introk. Verzoeker maakte bezwaar tegen de intrekking en verzocht om een voorlopige voorziening, welke aanvankelijk werd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking van de gedoogverklaring onder bijzondere omstandigheden als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb moet worden aangemerkt. Dit omdat verzoeker door de intrekking in een positie wordt geplaatst waarin hem niet redelijkerwijs kan worden gevraagd om door voortzetting van de softdrugsverkoop een handhavingsbesluit uit te lokken, mede gezien zijn voorwaardelijke gevangenisstraf.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Er wordt geen voorlopige voorziening getroffen. Verweerder dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen en daarbij ook te beslissen op het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de gedoogverklaring wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.