ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ8860
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak groepsverkrachting wegens onvoldoende bewijs van dwang
Op 6 november 2011 vond in Arnhem een incident plaats waarbij vier mannen werden beschuldigd van groepsverkrachting en diefstal van eigendommen van het slachtoffer. De officier van justitie eiste 36 maanden gevangenisstraf. Tijdens het proces bleek dat het slachtoffer wisselende verklaringen had afgelegd en dat er meerdere contra-indicaties waren, waaronder het gebruik van alcohol en drugs door het slachtoffer en het ontbreken van letsel.
De rechtbank stelde vast dat seksuele handelingen hadden plaatsgevonden, maar dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat deze onder dwang waren verricht. De verklaringen van de verdachten en getuigen waren op essentiële punten consistent en spraken het bestaan van dwang tegen. Ook het bewijs van letsel ontbrak, en de 112-melding benadrukte vooral de diefstal van spullen.
De rechtbank oordeelde dat de seks op vrijwillige basis had plaatsgevonden en sprak de verdachten vrij van de tenlastegelegde groepsverkrachting. De civiele schadevordering van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel was opgelegd aan de verdachten. De uitspraak werd gedaan op 26 april 2013 door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland.
Uitkomst: Verdachten vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van dwang bij groepsverkrachting.