Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 juli 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 5 september 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Waitahuna Holding BV en [gedaagde] zijn aandeelhouders van JGC en sloten geldleningsovereenkomsten waarbij [gedaagde] €60.000 als lening aanvaardde. Waitahuna stelde [gedaagde] in gebreke en vorderde betaling, wat bij verstekvonnis werd toegewezen. [gedaagde] stelde verzet in en voerde aan dat hij de lening niet ontving en dat de lening afhankelijk was van een aandeleninleg die niet is nagekomen.
De rechtbank oordeelt dat het verzet tijdig is ingesteld omdat onvoldoende is komen vast te staan dat [gedaagde] eerder bekend was met het verstekvonnis. De leningsovereenkomst levert dwingend bewijs dat [gedaagde] de lening heeft aanvaard, en zijn tegenbewijs is onvoldoende onderbouwd. Het deskundigenrapport bevestigt dat het bedrag ter beschikking is gesteld aan JGC, niet rechtstreeks aan [gedaagde].
Het boetebeding wordt afgewezen omdat cumulatie van nakoming en boete niet is toegestaan volgens artikel 6:92 BW Pro. De rechtbank vernietigt dit deel van het verstekvonnis en wijst de boetevordering af. De overige vorderingen worden bekrachtigd en [gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van het verzet.
Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt de geldleningsovereenkomst en wijst de boetebedingvordering af wegens cumulatieverbod.