Op 25 januari 2013 heeft verdachte in het trappenhuis van hun flat te Ede het slachtoffer tegen haar wil betast en gezoend, waaronder het betasten van borsten en schaamstreek en het dwingen tot aanraking van zijn geslachtsdeel. Het slachtoffer deed hiervan direct aangifte en getuigen bevestigden haar overstuurde toestand.
Verdachte erkende het zoenen op de wang, maar ontkende het initiatief te hebben genomen en ontkende onzedelijk betast te hebben. De rechtbank vond de verklaring van het slachtoffer gedetailleerd en geloofwaardig, gesteund door getuigenverklaringen, terwijl de verklaring van verdachte vaag en ongeloofwaardig was.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Een beroep op psychische overmacht werd verworpen omdat geen sprake was van een zodanige psychische drang dat verdachte zijn wil niet kon bepalen.
Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoonlijke situatie van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar op, gecombineerd met een werkstraf van 120 uren. De werkstraf moet binnen een jaar na onherroepelijkheid worden voltooid, met vervangende hechtenis bij niet-naleving.