Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2013:4690

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 november 2013
Publicatiedatum
21 november 2013
Zaaknummer
2410395
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 392 RvArt. 393 RvArt. 394 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Prejudiciële vraag over vergoeding buitengerechtelijke incassokosten na veertiendagenbrief

In deze zaak vordert Fa-Med BV vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van een consument. De kantonrechter constateert dat alleen de voorgeschreven schriftelijke aanmaning, de zogenaamde veertiendagenbrief, is verzonden. Volgens het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 17 september 2013 kan de vordering op grond hiervan worden toegewezen.

Echter, het rapport BGK-Integraal, opgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK) en goedgekeurd door LOV-Hoven, gaat ervan uit dat na het verzenden van de veertiendagenbrief nog een incassohandeling moet plaatsvinden om vergoeding te kunnen vorderen. Dit verschil in interpretatie leidt tot onzekerheid.

De kantonrechter stelt daarom een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over de uitleg van art. 6:96 lid 6 BW Pro, namelijk of vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is na het verzenden van de veertiendagenbrief zonder dat daarna nog een nadere incassohandeling wordt verricht.

Fa-Med stemt in met het voornemen tot het voorleggen van deze vraag. De kantonrechter draagt de griffier op het vonnis en het tussenvonnis aan de Hoge Raad te zenden en houdt verdere beslissingen aan totdat de Hoge Raad heeft beslist.

Uitkomst: De kantonrechter legt prejudiciële vraag voor aan de Hoge Raad en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 2410395 \ CV EXPL 13-14923 \ BE \ 340 \ be
uitspraak van
vonnis
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FA-MED BV
gevestigd te Amersfoort
eisende partij
gemachtigde LAVG Breda
tegen
[gedaagde partij]
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
niet verschenen
Partijen worden hierna Fa-Med en [gedaagde partij] genoemd.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 23 oktober 2013
- de akte van Fa-Med van 13 november 2013

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 23 oktober 2013 aangegeven de volgende vraag bij wijze van prejudiciële beslissing aan de Hoge Raad voor te willen leggen (art. 392-394 Rv):
Dient art. 6:96 lid 6 BW Pro aldus te worden uitgelegd dat na het verzenden van de daarin genoemde veertiendagenbrief vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, dus zonder dat de crediteur na het verzenden van die (veertiendagen)brief nog een nadere incassohandeling verricht?
2.2.
Fa-Med heeft vervolgens bij akte aangegeven zich te kunnen vinden in dit voornemen en in de inhoud van de vraag.
2.3.
De kantonrechter zal derhalve genoemde vraag aan de Hoge Raad voorleggen.
2.4.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
stelt de Hoge Raad de volgende rechtsvraag ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing:
Dient art. 6:96 lid 6 BW Pro aldus te worden uitgelegd dat na het verzenden van de daarin genoemde veertiendagenbrief vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, dus zonder dat de crediteur na het verzenden van die (veertiendagen)brief nog een nadere incassohandeling verricht?
3.2. draagt de griffier op onverwijld een afschrift van dit vonnis en van het tussenvonnis van 23 oktober 2013 aan de Hoge Raad te zenden;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan tot een afschrift van de beslissing van de Hoge Raad is ontvangen.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.J. Engberts en in het openbaar uitgesproken op