Uitspraak
[verdachte]
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Het onderzoek ter terechtzitting
Ten aanzien van het beroep op het vertrouwensbeginsel
Onweersproken is dat de zaak Beton een fiscale zaak betrof, waarin de gedragingen van verdachte binnen zijn arbeidsverhouding met [bedrijf 1] niet aan de orde waren. Uit de brief van mr. Dijkstra, en de onderliggende stukken, blijkt dat er in 2008 een groot aantal zaken speelden. Door [bedrijf 1] zijn meerdere aangiften gedaan, die het Openbaar Ministerie niet allemaal (tegelijk) in onderzoek heeft willen nemen. Daartegen heeft [bedrijf 1] klachten ingediend op grond van artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering. De rechtbank begrijpt de opmerking ‘niet, althans nog niet vervolgen’ aldus dat de officier van justitie een grens trekt. De feiten waarvan – los van de zaak Beton – ook nog aangifte is gedaan, zullen niet in het kader van de zaak Beton worden onderzocht of vervolgd. De rechtbank volgt hiermee de stelling van de officier van justitie dat de uitlating van mr. Dijkstra in de context van de zaak Beton dient te worden bekeken.
Hiervoor is naar het oordeel van de rechtbank ook redengevend dat het merendeel van de feiten die nu op de tenlastelegging van verdachte staan, afkomstig is uit de nadere aangifte van [bedrijf 1] van 18 juni 2008. Deze aangifte dateert van na het requisitoir in de zaak Beton en daar kan de uitlating van mr. Dijkstra dus geen betrekking op hebben gehad.
Ten aanzien van de getroffen schikking
- de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [bedrijf 5] zijn op punten tegenstrijdig. Voorts zijn ze niet betrouwbaar, omdat het over feiten gaat die lang geleden hebben plaatsgevonden;
- uit niets blijkt dat de facturen vals zijn. De zich in het dossier bevindende kostenoverzichten zijn niet betrouwbaar;
- ook indien het valse facturen betreft, blijkt uit het dossier niet dat het verdachte is geweest die ze heeft vervalst of doen vervalsen.
- D-059 (Hfl. 10.890,- voor Levering van 1000 klimijzers): dat is ook een van de facturen met betrekking tot het doorbelasten van de kosten van [verdachte]. Klimijzers worden bij [bedrijf 3] wel gebruikt. Het is niet waarschijnlijk dat [bedrijf 3] die zou doorverkopen aan een derde bedrijf. De omschrijving op deze factuur is dan ook verzonnen.
- D-060 (Hfl 16.348,77 voor Huur mal voor Belgische onderzoekschouwen conform Benor-norm 101-154: deze herken ik ook, dat is een factuur die verband houdt met de kosten van [verdachte]. Ook in dit geval is de omschrijving verzonnen. Er is geen mal verhuurd aan [bedrijf 4]
- D-061 (Hfl. 3.672,- voor Levering van rubberringen dia 40): herken ik ook. Ook hier is de omschrijving verzonnen. [bedrijf 3] heeft die ringen niet aan [bedrijf 4] geleverd.
- Een factuur ter grootte van NLG 6.575,32, invoice 18141, gedateerd 29/12/2000, met als specificatie “Beton congress Seville”;
- een factuur [bedrijf 6] ter grootte van NLG 6.946,00, (copy of) invoice 1001842, gedateerd 06/02/2001 met als specificatie “Beton congress Tenerife”;
- (kopie)factuur [bedrijf 6] ter grootte van EUR 5.430,00, invoice 2001684, gedateerd 31/01/2002, met als specificatie “inzake [omschrijving]
- Invoice 18148: volgens de schermprinten is dit een reis geweest voor twee personen en wel de heer en mevrouw [verdachte]. De omschrijving van de factuur 1 x 1 persoonskamer incl. ontbijt, lunch en dinner klopt niet met de schermprinten. In dit geval is de omschrijving 1 x 1 persoonskamer incl. ontbijt, lunch en dinner en de zin Beton congress Seville, 15 november 2000 op verzoek van mevrouw [getuige 3], de secretaresse van [verdachte] op de factuur opgenomen.
- Invoice 1001842: ik zie nu dat het gaat om een golftrip van de heer en mevrouw [verdachte]. Het is een reis geweest die wij ingekocht hebben bij Pin High Golf Travel. Op verzoek van de klant heb ik op de factuur vermeld dat het gaat om 1 x 1 persoonskamer incl. ontbijt, lunch en dinner. Volgens de stukken gaat het om een reis voor twee personen met alleen logies en ontbijt. Verder heb ik op verzoek van de klant nog opgenomen op de factuur Beton Congress Tenerife, februari 2001.
- Invoice 2001684: blijkens de stukken is het een privégolftrip naar Lissabon voor vijf personen geweest. Gelet op de namen op de blauwe schermprinten zijn het allemaal familieleden van elkaar. Gelet op deze stukken heb ik in opdracht van [verdachte] de kosten van de golftrip voor de vijf familieleden op deze factuur omschreven als reiskosten [omschrijving] met bestemming Lissabon.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De motivering van de sanctie(s)
Verdachte heeft derden aangezet tot het plegen van valsheid in geschrift, waarna verdachte valse facturen in de boekhouding heeft laten opnemen. Aldus was de fraude er onder meer op gericht kosten die in de privésfeer werden gemaakt, valselijk als kosten van de onderneming op te voeren en aldus werden privékosten door de onderneming vergoed. Verdachte had bovendien moeten weten hoeveel belang er in het economische verkeer, onder meer door de belastingdienst, aan de waarheidsgetrouwheid van dergelijke geschriften, die ook een bewijsbestemming hebben, wordt toegekend.