ECLI:NL:RBGEL:2013:3926

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 oktober 2013
Publicatiedatum
18 oktober 2013
Zaaknummer
05/820011-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Gilhuis
  • Kropman
  • O. de Jong
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249 lid 2 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak masseur wegens ontbreken bewijs ontuchtige aanraking tijdens massage

De rechtbank Gelderland behandelde de zaak van een masseur die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen tijdens een massagebehandeling bij een vrouwelijke cliënt. De tenlastelegging betrof het aanraken van de billen, borsten en schaamstreek van de cliënt.

Tijdens de terechtzitting ontkende de verdachte het aanraken van de schaamstreek en verklaarde dat de aanrakingen van de billen en borsten therapeutisch bedoeld waren. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een één-op-één situatie tussen de verklaring van de aangeefster en de ontkenning van verdachte, zonder aanvullend bewijs.

Hoewel de rechtbank oordeelde dat de masseur onhandig handelde en zijn communicatie over de behandeling tekortschiet, kwalificeerde zij de aanrakingen binnen de massage niet als ontuchtig. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van het tenlastegelegde. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor ontuchtige aanraking tijdens massage.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Meervoudige kamer
Parketnummer: 05/820011-13
Uitspraak d.d.: 4 oktober 2013
Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1955],
wonende te [woonplaats], [adres].
Raadsman: mr. C.A. Spekschoor, advocaat te Zutphen
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 oktober 2013.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 29 september 2012 te Barchem, gemeente Lochem, terwijl hij toen als masseur werkzaam was in de gezondheidszorg, ontucht heeft gepleegd met een vrouw genaamd [slachtoffer], die zich als cliënt aan verdachte's zorg had toevertrouwd, immers heeft verdachte die [slachtoffer] een massagebehandeling gegeven waarbij hij die [slachtoffer] betast aan haar billen en/of haar borsten en/of haar vagina, althans haar schaamstreek;
art 249 lid 2 ahf Pro/sub 3 Wetboek van Strafrecht
Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek
Op dinsdag 9 oktober 2012 werd door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden werkzaam als brigadier en bevoegd zedenrechercheur, een informatief gesprek zeden gehouden met [slachtoffer]. Op 31 oktober 2012 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan terzake aanranding door verdachte. Op 12 december 2012 heeft verdachte zich, naar aanleiding van een uitnodiging, gemeld op het politiebureau in Doetinchem en heeft aldaar een verklaring afgelegd.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.
Standpunt van de verdachte / de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit omdat het strafdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te komen. Verdachte heeft ontkend dat hij de schaamstreek van [slachtoffer] heeft aangeraakt. Verdachte heeft verklaard dat hij de bovenrand van de billen en zijkant van de borsten van [slachtoffer] heeft aangeraakt, maar vanuit een therapeutische bedoeling. Naar de mening van de raadsman is het aanraken van de billen en zijkant van de borsten, tijdens een massage en onder de gegeven omstandigheden, sociaal ethisch verantwoord.
Beoordeling door de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Daartoe acht de rechtbank van belang dat tegenover de verklaring van [slachtoffer] over het betasten van de billen, borsten en vagina/schaamstreek door verdachte, bij de politie afgelegd op 31 oktober 2012, de stellige ontkenning van verdachte staat. Bewijsrechtelijk is sprake van een zogenaamde één-op-één situatie. Alleen al daarom kan de rechtbank, zonder nader steunbewijs dat ontbreekt, niet komen tot een bewezenverklaring van het aanraken van de vagina/schaamstreek van aangeefster. Ook voor het overige kan de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komen.
Hoewel de rechtbank van oordeel is dat verdachte onhandig heeft gehandeld door zo dicht bij intieme delen van aangeefster te masseren en zijn communicatie naar haar over de inhoud van de behandeling duidelijker had gemoeten en derhalve te wensen overliet, zijn naar het oordeel van de rechtbank de aanrakingen in het kader van de gegeven massage van de bovenrand van de billen en zijkant van de borsten (en mogelijk de aanzet van de schaamstreek) van [slachtoffer], zonder nadere omstandigheden, waarvan wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, niet als ontuchtig handelen te kwalificeren. Daarbij kent de rechtbank betekenis toe aan de omstandigheid dat deze aanrakingen door verdachte hebben plaatsgevonden in het kader van een massagebehandeling. De verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken.
Vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 597,55 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde feit.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij af te wijzen, nu verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.
Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart niet bewezen dat verdachte
het tenlastegelegdeheeft begaan en
spreekt verdachte daarvan vrij;
 verklaart de
benadeelde partij[slachtoffer]
niet-ontvankelijk in haar vordering;
Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Kropman en O. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Hoesstee, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 oktober 2013.
Mr. O. de Jong is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0630 201237595, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, Team recherche IJsselstreek, gesloten en ondertekend door [verbalisant 3], brigadier, op 3 januari 2013.