Uitspraak
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- Een deel van de leveringen werd per bank afgerekend en een deel contant;
- een en ander blijkt uit de digitale weegbrug- en kasadministratie over de jaren vanaf 2001.
- de materiaalstromen zich verhielden met dezelfde materialen in vorige periodes op zodanige wijze dat de afvalstroom in lijn was met de gevoerde productie;
- het grootste gedeelte van de totale materiaalwaarde contant kon worden uitgekeerd, en het restant op faktuur.
- de faktuur kon klaarmaken;
- de kasbonnen kon aanslaan waarop de contante stroom werd afgerekend.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
.
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep tegen de eerste navorderingsaanslag over 2004 niet-ontvankelijk;
- verklaart de overige beroepen met betrekking tot de vennootschapsbelasting en de heffingsrente ongegrond;
- verklaart de beroepen met betrekking tot de boetes gegrond;
- vernietigt in zoverre de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de boetes tot 20 % van de belasting over de winstcorrectie
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.237,50;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 302 vergoedt.