ECLI:NL:RBGEL:2013:2678

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 juli 2013
Publicatiedatum
30 augustus 2013
Zaaknummer
869346 - CV EXPL 13-852
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 lid 1 GrondwetArt. 491 lid 2 RvArt. 6:96 lid 6 BWArt. 9 lid 3 Algemene Voorwaarden
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande facturen en weigering machtiging tot onderbreking drinkwaterlevering

Vitens vordert betaling van openstaande facturen voor drinkwaterlevering en machtiging om bij niet-betaling de levering te onderbreken door het verwijderen van de watermeter in de woning van de consument. De consument is in gebreke gebleven ondanks aanmaningen.

De rechtbank oordeelt dat de consument de openstaande hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten moet betalen. De gevraagde machtiging om de drinkwaterlevering te onderbreken door binnentreden en verwijderen van de watermeter wordt afgewezen, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat en binnentreden zonder toestemming niet is toegestaan volgens artikel 12 lid 1 Grondwet Pro.

De rechtbank wijst de vorderingen tot vergoeding van overige schade af wegens onbepaaldheid en stelt dat Vitens niet tot heraansluiting hoeft over te gaan zolang de kosten van voorrijden, afsluiting en heraansluiting niet zijn voldaan. De consument wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Consument wordt veroordeeld tot betaling van openstaande bedragen en incassokosten, maar machtiging tot onderbreking drinkwaterlevering door binnentreden wordt afgewezen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 869346 \ CV EXPL 13-852 \ 340 \ 279
uitspraak van 17 juli 2013
vonnis
in de zaak van
de naamloze vennootschap
Vitens N.V.
gevestigd te Utrecht
eisende partij
gemachtigde Groenewegen en Partners Amsterdam
tegen
[gedaagde partij]
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
procederend in persoon
Partijen worden hierna Vitens en [gedaagde partij] genoemd.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 maart 2013
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek met producties.

2.Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1.
Vitens vordert
A. de veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 674,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 522,65 vanaf de dag van de dagvaarding - 5 maart 2013 - tot de dag van volledige betaling.
B.I. haar te machtigen, bij niet tijdige en volledige voldoening van de verschuldigde bedragen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, de drinkwaterlevering aan [gedaagde partij] te onderbreken door het wegnemen van de aan Vitens in eigendom toebehorende meetinrichting (watermeter) of anderszins, met machtiging tot binnentreden van het verbruiksadres van [gedaagde partij], [adres], met behulp van de sterke arm van justitie en politie, c.q. Vitens te machtigen conform artikel 491 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) beslag tot afgifte te leggen op de meetinrichting (watermeter) op bedoeld verbruiksadres;
B.II. [gedaagde partij], bij niet tijdige en volledige voldoening van de verschuldigde bedragen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en na het voltooien van de onder B.I genoemde werkzaamheden, te veroordelen om aan Vitens tegen behoorlijke kwijting te betalen een bedrag van € 51,50 aan voorrijkosten en een bedrag van € 180,00 aan afsluitingskosten;
B.III. te bepalen dat Vitens niet tot heraansluiting zal behoeven over te gaan, indien [gedaagde partij] aan Vitens niet alle door haar geleden schade heeft vergoed, waaronder de kosten van afsluiting en heraansluiting en voldaan heeft aan de door Vitens gestelde voorwaarden als bedoeld in artikel 9, lid 3 van de Algemene Voorwaarden;
C. [gedaagde partij] te veroordelen in de proceskosten.
2.2.
Vitens legt aan vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] met haar een overeenkomst is aangegaan tot levering van drinkwater ten behoeve van het verbruiksadres [adres]. Uit hoofde van deze overeenkomst rust op [gedaagde partij] de verplichting Vitens de verschuldigde bedragen conform art. 15.3 van de algemene voorwaarden binnen veertien dagen na verzending van de (voorschot)nota te voldoen. Lourens is ondanks aanmaning en sommatie in gebreke gebleven de voorschotnota’s (volledig) te voldoen.
2.3.
[gedaagde partij] voert als verweer aan dat hij door persoonlijke omstandigheden in forse financiële problemen is terechtgekomen, waardoor hij niet in staat is de aan Vitens verschuldigde bedragen te voldoen.
2.4.
Vitens heeft het door [gedaagde partij] gevoerde verweer voldoende weersproken en [gedaagde partij] heeft daarop, hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet meer gereageerd. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de stellingen van Vitens. De door [gedaagde partij] aangevoerde persoonlijke en/of financiële omstandigheden doen (hoe schrijnend ook) aan vorenstaand oordeel niet af, omdat deze voor rekening en risico komen van [gedaagde partij]. Om die reden kunnen dergelijke omstandigheden niet aan Vitens worden tegengeworpen. De door Vitens gevorderde restant hoofdsom ad € 522,65 wordt toegewezen.
2.5.
Vitens maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat zowel rapport Voor-werk II als het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim deels voor en deels op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De gevorderde vergoeding, voor zover deze is gebaseerd op het Besluit, komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu gesteld noch gebleken is dat een kosteloze aanmaning conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro heeft plaatsgevonden. De buitengerechtelijke kosten worden daarom toegewezen tot een bedrag van € 37,00.
2.6.
De vordering tot machtiging om, bij niet-voldoening van het toe te wijzen geldbedrag binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, de drinkwaterlevering aan [gedaagde partij] te onderbreken door het wegnemen van de aan Vitens in eigendom toebehorende meetinrichting (watermeter) of anderszins wordt afgewezen. De onderbreking van de drinkwaterlevering kan slechts worden geëffectueerd door de meter ter plaatse weg te nemen en/of de watertoevoerleiding af te sluiten, waarvoor fysieke toegang tot de woning nodig is, dit in tegenstelling tot gevallen waarin de watermeter zich buiten de woning bevindt. De vordering is gebaseerd op het uitgangspunt dat [gedaagde partij] daaraan geen medewerking zal verlenen. Indien die medewerking wel wordt verleend is immers geen machtiging nodig. Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen (artikel 12 lid 1 Grondwet Pro). Een dergelijke wettelijke grondslag voor de gevraagde machtiging bestaat niet, zodat deze niet gegeven kan worden.
2.7.
Vitens vordert (onder BII) tevens machtiging om “conform artikel 491 lid 2 Rv Pro beslag tot afgifte te mogen leggen op de meetinrichting”. Artikel 491 Rv Pro betreft de executie tot afgifte van een roerend zaak. Van een executoriale titel tot afgifte van de meetinrichting is geen sprake ([gedaagde partij] is of wordt daartoe niet veroordeeld, omdat dit niet is gevorderd), zodat artikel 491 Rv Pro niet van toepassing is.
2.8.
Het aan voorrij- en/of afsluitingskosten gevorderde wordt slechts toegewezen voor het geval afsluiting daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
2.9.
De vordering tot vergoeding van alle schade – voordat tot heraansluiting wordt overgegaan – is te onbepaald om te worden toegewezen, voor zover deze ziet op andere kosten dan die van voorrijden, afsluiten en heraansluiten. Ook de nakoming op de voet van artikel 9 lid 3 van Pro de Algemene Voorwaarden door Vitens nog op te leggen voorwaarden is een te onbepaalde voorwaarde voor heraansluiting nu daar wordt gesproken over eventueel geleden schade en nadere voorwaarden. De verplichting tot levering van drinkwater aan [gedaagde partij] zal dan ook herleven nadat [gedaagde partij] de kosten van voorrijden, afsluiting en heraansluiting zal hebben vergoed.
2.10.
[gedaagde partij] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Vitens te betalen een bedrag van € 559,65 (zijnde € 522,65 aan hoofdsom en € 37,00 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 522,65 vanaf 5 maart 2013 tot aan de dag van volledige betaling;
3.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om, bij niet tijdige en volledige voldoening van de verschuldigde bedragen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en nadat Vitens de drinkwaterlevering heeft onderbroken, aan haar te betalen € 51,50 aan voorrijkosten en € 164,50 aan afsluitingskosten;
3.3.
bepaalt dat Vitens niet tot heraansluiting zal hoeven over te gaan indien [gedaagde partij] aan haar niet de kosten van voorrijden, afsluiting en heraansluiting heeft vergoed;
3.4.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Vitens begroot op € 78,34 aan dagvaardingskosten, € 448,00 aan griffierecht en € 200,00 aan salaris voor de gemachtigde;
3.5.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.J. Engberts en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2013.