Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
VONNIS
[verdachte],
Diefstal, voorafgegaan of gevolgd van geweld, gepleegd om die diefstal
Diefstal, vergezeld van geweld, gepleegd om die diefstal gemakkelijk te maken;
Feit 5: Diefstal.
gedeeltelijketenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde (thans resterende) gevangenisstraf, te weten een deel van vier maanden, op zijn plaats is. Daartoe wordt overwogen dat het tijdsverloop tussen de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf en de vordering van de officier van justitie een (gedeeltelijke) tenuitvoerlegging rechtvaardigt. Bovendien is van belang dat de verdachte ná 2007 nog is veroordeeld voor strafbare feiten en hem maatregelen zijn opgelegd, reden waarom een volledige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet opportuun wordt geacht. De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging voor het overige afwijzen.
Beslissing
niet bewezen, dat verdachte het
onder 3 en 4 tenlastegelegdeheeft begaan en
spreekt verdachte daarvan vrij;
Diefstal, voorafgegaan of gevolgd van geweld, gepleegd om die diefstal
Diefstal, vergezeld van geweld, gepleegd om die diefstal gemakkelijk te maken;
feit 5:Diefstal;
gevangenisstrafvoor de duur van
14 (veertien) maanden;
gelast de tenuitvoerleggingvan een
gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 18 september 2007, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van
4 (vier) maanden;
schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], van een bedrag van
€ 530,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2012 met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken;
- legt aan veroordeelde de
- bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
[slachtoffer 3](feit 3) niet-ontvankelijk in haar vordering;
[slachtoffer 3]in de door verdachte gemaakte kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;
schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], van een bedrag van
€ 540,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juli 2012 met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken;
verplichtingop
om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] van een bedrag van
€ 540,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juli 2012, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 10 (tien) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
Van der Mei, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 juni 2013.