ECLI:NL:RBGEL:2013:1427
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen bij peuter
Op 29 november 2012 werd verdachte beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen bij een driejarige peuter in Arnhem. De officier van justitie stelde dat verdachte het kind door geweld of bedreiging had gedwongen tot ontuchtige handelingen. De zaak werd behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, waarbij verdachte verstek liet gaan.
De rechtbank onderzocht de verklaringen van de aangeefster, de getuige en verdachte zelf. Er waren grote tegenstrijdigheden in de omschrijvingen van het signalement van de dader, waaronder verschillen in haarkleur, kleding en lichaamsbouw. Ook was er onduidelijkheid over de precieze locatie van het delict, waarbij de verklaringen van de aangeefster en getuige niet overeenkwamen met de route en locatie die verdachte en zijn echtgenote hadden opgegeven.
Gezien deze tegenstrijdigheden en de onduidelijkheid over de plaats van het delict, kon de rechtbank niet met voldoende overtuiging vaststellen dat verdachte de dader was. Daarom sprak zij verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. Tevens werd de civiele vordering tot schadevergoeding afgewezen omdat deze verband hield met het vrijgesproken feit.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs en tegenstrijdigheden in getuigenverklaringen.