ECLI:NL:RBDOR:2012:BY4583
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepsfout notaris bij testament met onjuiste uitsluiting legitimarissen
Erflater stelde bij testament van 6 maart 2003 zijn tweede echtgenote tot enige erfgenaam en sloot zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk uit. Het testament bevatte geen bepaling over de opeisbaarheid van de legitimaire vorderingen, terwijl dit volgens de wettelijke regeling (art. 4:81 BW Pro) zes maanden na overlijden opeisbaar is. De kinderen vorderden betaling van hun legitieme portie, terwijl de langstlevende echtgenote stelde dat de vorderingen pas na haar overlijden opeisbaar waren, conform art. 4:82 BW Pro.
De rechtbank oordeelde dat het testament niet de uiterste wil van erflater bevat, omdat het bepaalde in art. 4:82 BW Pro ontbrak. De notarieel medewerker die het testament opstelde, heeft nagelaten dit op te nemen, wat een beroepsfout oplevert. De notaris is aansprakelijk voor de schade die de langstlevende echtgenote hierdoor lijdt, welke wordt begroot op het fictieve vruchtgebruik van de opeisbare legitieme vorderingen.
De rechtbank verwierp het verweer dat erflater bewust had afgezien van opname van art. 4:82 BW Pro en dat de langstlevende echtgenote geen schade had geleden. De vorderingen van de kinderen worden toegewezen en de langstlevende echtgenote wordt in het ongelijk gesteld. De zaak wordt aangehouden voor nadere schadevaststelling en eventuele aktewisseling tussen partijen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de kinderen toe wegens beroepsfout notaris en veroordeelt de langstlevende echtgenote in de proceskosten.