ECLI:NL:RBDOR:2012:BX7992
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op grond van onvoldoende bewijs schriftelijke overeenkomst en toewijzing terugbetaling wegens ongerechtvaardigde verrijking
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of er een schriftelijke overeenkomst bestond tussen partijen, waarbij de authenticiteit van een handtekening op een geschrift werd onderzocht door een deskundige. De deskundige concludeerde aanvankelijk dat de handtekening waarschijnlijk door eiser was gezet, maar de rechtbank verwierp dit oordeel omdat het vergelijkingsmateriaal niet betrouwbaar was en de deskundige ook brieven onderzocht waarvan niet vaststond dat deze door eiser waren ondertekend.
Daarnaast ontkende gedaagde in een proces-verbaal het bestaan van een schriftelijke overeenkomst, hetgeen de rechtbank zwaar liet wegen. Gedaagde had onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld waaruit een schriftelijke of mondelinge overeenkomst kon worden afgeleid.
De vordering in reconventie, gebaseerd op de vermeende schriftelijke overeenkomst, werd daarom afgewezen. De rechtbank oordeelde dat gedaagde gehouden was een bedrag van €8.117,51 aan eiser terug te betalen wegens ongerechtvaardigde verrijking. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten en de kosten van het deskundigenonderzoek.
De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €8.117,51 wegens ongerechtvaardigde verrijking en vordering op basis van schriftelijke overeenkomst wordt afgewezen.