ECLI:NL:RBDOR:2012:BW9615
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- M.C. Woudstra
- O.B. Onnes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling natuurterreinstatus en heffingsaanslagen watersysteem- en wegenheffing
Eiser maakte bezwaar tegen aanslagen watersysteem- en wegenheffing opgelegd door het waterschap Hollandse Delta voor twee percelen grond. Eiser stelde dat de percelen als natuurterreinen moesten worden aangemerkt, omdat deze duurzaam en nagenoeg geheel worden beheerd voor natuurbehoud, conform een afgesloten overeenkomst en natuurbeheerplannen.
De rechtbank onderzocht de wettelijke definitie van natuurterreinen volgens artikel 116 van Pro de Waterschapswet en de verordeningen van het waterschap. Deze vereisen dat minimaal 90% van de inrichting en het beheer is afgestemd op natuurbehoud. De rechtbank oordeelde dat eiser niet in zijn bewijslast is geslaagd om aan te tonen dat de percelen aan dit criterium voldoen. Deskundigenrapporten van Tauw toonden aan dat agrarisch gebruik en opbrengst op de percelen meer dan 10% van de normale agrarische productiviteit bedraagt.
De rechtbank vernietigde daarom de uitspraak op bezwaar voor het perceel [code 1A] voor zover het tarief ongebouwd gold in plaats van natuurterrein en stelde de aanslagen dienovereenkomstig vast. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank stelt de aanslagen watersysteemheffing en wegenheffing vast en verklaart het beroep voor het overige ongegrond.