ECLI:NL:RBDOR:2012:BW4410
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het niet onmiddellijk melden van lozing waterstoffluoride aan waterbeheerder
De rechtbank Dordrecht behandelde de zaak tegen verdachte wegens het niet onmiddellijk melden van twee ongebruikelijke lozingen aan de waterbeheerder, in strijd met artikel 14 van Pro de verleende watervergunning. Op 27 augustus 2010 vond een lozing van Viton plaats, en op 29 november 2010 een lozing van circa 3000 kilogram waterstoffluoride (HF).
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat de lozing van Viton nadelige gevolgen voor het oppervlaktewater kon veroorzaken, waardoor verdachte hiervoor werd vrijgesproken. De hoeveelheid Viton was bovendien lager dan aanvankelijk gesteld en de stof is rubberachtig en wezensvreemd voor water.
Ten aanzien van de lozing van waterstoffluoride was de rechtbank van oordeel dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld door niet onmiddellijk melding te doen bij de waterbeheerder, terwijl nadelige gevolgen voor het oppervlaktewater konden ontstaan of dreigden te ontstaan. Verdachte meldde het incident pas enkele dagen later, ondanks dat zij wist van de vergunningsplicht. De rechtbank legde een geldboete van €10.000 op, mede vanwege eerdere overtredingen en het belang van directe melding voor waterbeheer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €10.000 voor het niet onmiddellijk melden van de lozing van circa 3000 kilogram waterstoffluoride aan de waterbeheerder.