ECLI:NL:RBDOR:2012:BW3966
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming omgangsregeling hond in kort geding
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de omgang met een hond die onderdeel was van hun huwelijksgoederengemeenschap. De hond was toegewezen aan de gedaagde door eerdere rechterlijke beschikking, welke in hoger beroep werd bekrachtigd. Partijen sloten een overeenkomst waarbij de hond om de zeven dagen wisselend bij hen zou verblijven.
De eiser vorderde nakoming van deze omgangsregeling, met dwangsom en zelfs gijzeling bij niet-nakoming. De gedaagde stelde dat zij de overeenkomst op grond van bedreiging had vernietigd en wilde niet meewerken aan de regeling. De rechtbank overwoog dat de hond een roerende zaak is en eigendom van de gedaagde, die vrij is in het gebruik ervan, mits geen rechten van anderen worden geschonden.
Gezien de slechte communicatie tussen partijen, de emotionele betrokkenheid en het feit dat de overeenkomst een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd betreft die redelijkerwijs kan worden opgezegd, achtte de rechtbank onvoldoende aannemelijk dat nakoming door de gedaagde kan worden afgedwongen. De vordering werd daarom afgewezen en de eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de omgangsregeling voor de hond wordt afgewezen en de eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.