ECLI:NL:RBDOR:2012:BW0643
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- B. van Velzen
- J.A.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opleidingsvereisten voor leidinggevenden bij archeologische opgravingen
Eiseres, een onderzoeksinstituut voor archeologisch onderzoek, maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om haar opgravingsvergunning onder voorwaarden te verlenen waarbij enkele medewerkers niet als leidinggevende werden erkend vanwege onvoldoende opleiding en ervaring. De rechtbank onderzocht de geldigheid en toepassing van artikel 17 van Pro het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) dat opleidingsvereisten stelt aan leidinggevenden.
De rechtbank oordeelde dat het Bamz, als algemeen verbindend voorschrift, niet onverbindend is en dat de overgangstermijn tot 2012 voldoende ruimte bood om aan de eisen te voldoen. De EVC-regeling biedt een bijzondere mogelijkheid om elders verworven competenties te waarderen. De rechtbank verwierp het betoog dat artikel 17 verder Pro gaat dan artikel 45 van Pro de Monumentenwet 1988, omdat het redelijk is bekwaamheidseisen aan het personeel te stellen wanneer de aanvrager een rechtspersoon is.
Verder werd vastgesteld dat de opleidings- en ervaringseisen voor de opgravingsvergunning onderscheiden moeten worden van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), die betrekking heeft op de uitvoering van opgravingen en niet op de vergunningverlening. De rechtbank vond dat verweerder zijn beoordelingsvrijheid op redelijke wijze heeft uitgeoefend en dat het besluit niet onredelijk of onzorgvuldig was.
Het beroep werd gegrond verklaard wegens procedurele onduidelijkheden omtrent de looptijd van de vergunning, maar het bezwaar tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak bevestigt de geldigheid van de opleidingsvereisten en de beoordelingsvrijheid van het bestuursorgaan bij vergunningverlening.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens procedurele onduidelijkheden, maar het bezwaar tegen het nieuwe besluit wordt ongegrond verklaard en de opleidingsvereisten worden bevestigd.