ECLI:NL:RBDOR:2012:BV9777
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en gezagsregeling na ongeoorloofde overbrenging minderjarige naar Duitsland
De rechtbank Dordrecht behandelde een verzoek tot wijziging van het ouderlijk gezag, de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling van een minderjarige die door de moeder ongeoorloofd naar Duitsland is overgebracht. De vader, met Nederlandse nationaliteit, vordert het eenhoofdig gezag en verblijf van het kind bij hem in Nederland. De moeder, met Duitse nationaliteit, betwist de ontvoering en stelt dat het kind goed geïntegreerd is in Duitsland en dat de Duitse rechter beter bevoegd is.
De rechtbank beoordeelde haar bevoegdheid aan de hand van Verordening Brussel IIbis en concludeerde dat er sprake is van ongeoorloofde achterhouding door de moeder, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd blijft. Het verzoek om verwijzing naar de Duitse rechter op grond van artikel 15 Brussel Pro IIbis werd afgewezen omdat de band van het kind met Nederland sterker is.
De rechtbank constateerde dat er onvoldoende informatie is om inhoudelijk te beslissen over het gezag, verblijfplaats en zorgregeling. Daarom wordt de zaak aangehouden en de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd nader onderzoek te doen en te adviseren. De procedure wordt voortgezet na ontvangst van dit rapport.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd, wijst het verzoek tot verwijzing naar Duitsland af en houdt de zaak aan voor nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.