ECLI:NL:RBDOR:2012:BV8851
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.M. Lecluse-de Bruijn
- Rechtspraak.nl
Ontslag niet kennelijk onredelijk wegens bedrijfseconomische redenen
De werknemer trad in 1987 in dienst bij Corrocoat en werd uiteindelijk bedrijfsleider. Corrocoat vroeg en verkreeg toestemming van het UWV om de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen op te zeggen, waarna het dienstverband per 1 maart 2011 eindigde. De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, omdat de bedrijfseconomische redenen een voorgewende reden zouden zijn en de gevolgen voor hem te ernstig.
De kantonrechter stelde vast dat Corrocoat financieel zwaar had geleden en haar bedrijfspand had verkocht aan de moedermaatschappij om een faillissement te voorkomen. De werknemer kon onvoldoende onderbouwen dat de financiële situatie positiever was dan door Corrocoat gesteld. Ook was geen sprake van een voorgewende reden. De kantonrechter vond dat het UWV terecht toestemming had gegeven voor het ontslag.
Ten aanzien van het gevolgencriterium oordeelde de kantonrechter dat Corrocoat voldoende had aangetoond dat herplaatsing binnen de organisatie niet mogelijk was en dat zij een outplacementtraject had aangeboden. Het feit dat de werknemer financieel nadeel leed en het concurrentiebeding aanvankelijk werd gehandhaafd, maakte het ontslag niet kennelijk onredelijk. De vorderingen van de werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag van de werknemer wegens bedrijfseconomische redenen is niet kennelijk onredelijk verklaard en de vorderingen worden afgewezen.