ECLI:NL:RBDOR:2012:BV7935
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag op bedrijfseconomische gronden
Deze zaak betreft een vordering van een werknemer tegen zijn werkgever, een motorrevisiebedrijf, wegens kennelijk onredelijk ontslag op grond van artikel 7:681 BW Pro. De werknemer vorderde een bedrag van € 410.529,66 aan inkomens- en pensioenschade plus buitengerechtelijke kosten, stellende dat het ontslag onnodig was en onder een voorgewende reden was aangevraagd.
De werkgever had het ontslag aangevraagd vanwege slechte bedrijfseconomische omstandigheden, wat werd onderbouwd met jaarstukken die een significante omzetdaling en verlies lieten zien vanaf 2009. De werknemer betwistte dit en stelde dat de omzetdaling vooral te wijten was aan ziekte van een medebestuurder en mismanagement, en dat er voldoende werk en kansen waren voor hem.
De kantonrechter oordeelde dat de omzetdaling en financiële situatie van de werkgever zodanig waren dat sanering noodzakelijk was en dat het ontslag niet onredelijk was onder de voorgewende reden. Ook het gevolgencriterium werd niet overschreden: hoewel de werknemer financieel nadeel ondervond, was het belang van de werkgever bij het voortbestaan van de onderneming en behoud van werkgelegenheid voor andere werknemers doorslaggevend.
De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Het ontslag werd als gerechtvaardigd en niet kennelijk onredelijk beoordeeld.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.