ECLI:NL:RBDOR:2011:BU6565

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
30 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
94185 / FA RK 11-8373
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verklaring voor recht beëindiging huwelijk en geregistreerd partnerschap gelijkgesteld aan echtscheiding

Partijen zijn in 1985 gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben in 2009 hun huwelijk omgezet in een geregistreerd partnerschap. Op 27 februari 2009 hebben zij een notariële akte opgemaakt waarin zij hun geregistreerd partnerschap beëindigen, welke beëindiging is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

De man verzoekt de rechtbank om een verklaring voor recht dat deze omzetting en beëindiging, volgens destijds geldend Nederlands recht, het huwelijk en het daaropvolgende geregistreerd partnerschap beëindigen met rechtsgevolgen gelijk aan een door de rechtbank uitgesproken echtscheiding. Hij heeft belang bij deze verklaring omdat de beëindiging in het buitenland niet wordt erkend, wat problemen oplevert bij het aankopen van een woning en psychische problemen veroorzaakt.

De rechtbank oordeelt dat de man voldoende belang heeft bij zijn verzoek en dat het verzoek gegrond is. De rechtbank verklaart voor recht dat de omzetting en beëindiging van het geregistreerd partnerschap, zoals vastgelegd in de notariële akte en inschrijving, het huwelijk en het geregistreerd partnerschap beëindigen met rechtsgevolgen gelijk aan een echtscheiding.

Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen. De uitspraak is gedaan door mr. A. Eerdhuijzen op 30 november 2011.

Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de omzetting en beëindiging van het geregistreerd partnerschap het huwelijk beëindigen met rechtsgevolgen gelijk aan een echtscheiding.

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT
Sector civiel recht
zaaknummer: 94185 / FA RK 11-8373
beschikking van de enkelvoudige kamer van 30 november 2011
in de zaak van
[Verzoeker]
wonende te (3335 DL) Zwijndrecht, [adres]
verzoeker,
advocaat mr. G.A.H. Wiekamp,
tegen
[Verweerster]
wonende te (3333 ST) Zwijndrecht, [adres]
Partijen worden hieronder aangeduid als de man respectievelijk de vrouw.
1. Het procesverloop
1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:
- het verzoekschrift van de man, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 4 augustus 2011;
- de brief van de advocaat van de man, ingekomen ter griffie op 4 augustus 2011.
1.2. De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
2. De vaststaande feiten
Op de datum van de indiening van het verzoekschrift is uit de overgelegde stukken het navolgende gebleken.
2.1. Partijen zijn op 28 augustus 1985 te Zwijndrecht in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.
2.2. Op 24 februari 2009 is het huwelijk omgezet in een geregistreerd partnerschap.
2.3. Op 27 februari 2009 is een notariële akte opgemaakt waarin partijen verklaren dat zij hun partnerschap wensen te beëindigen.
2.4. Deze notariële akte is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op
27 februari 2009.
3. Het verzoek
3.1. De man verzoekt een verklaring voor recht dat de omzetting van het huwelijk van partijen in een partnerschapregistratie en de beëindiging van dit geregistreerd partnerschap bij notariële akte van 27 februari 2009 en de latere vermelding van deze beëindiging in de registers van de burgerlijke stand op 27 februari 2009, naar destijds geldend Nederlands recht, een ontbinding van het huwelijk oplevert, gelijk te stellen aan een door de rechtbank uit te spreken echtscheiding van partijen, althans een zodanige beschikking te wijzen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, recht doende aan het belang van verzoeker.
3.2. De man stelt belang te hebben bij de verzochte verklaring voor recht, omdat hij met zijn nieuwe relatie het voornemen heeft om te zijner tijd een woning in het buitenland aan te schaffen. De man ervaart echter dat in het buitenland de beëindiging van het huwelijk zoals dat heeft plaatsgevonden, via een zogenaamde flitsscheiding, niet wordt erkend. Daarnaast stelt de man psychische problemen te hebben doordat de echtscheiding in het buitenland niet worden erkend.
4. De beoordeling
4.1. Een verklaring voor recht strekt tot het bindende wijze vaststellen van het bestaan of het nader omschrijven van de inhoud van een rechtsverhouding. De man zal moeten aantonen dat hij bij het verkrijgen van de verklaring een rechtens te respecteren belang heeft. De rechtbank is van oordeel dat de man voldoende belang heeft gesteld bij zijn verzoek. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat de flitsscheiding in het buitenland problemen kan opleveren, omdat men daar aanneemt dat iemand nog steeds gehuwd is als niet door de rechter in Nederland de echtscheiding is uitgesproken. Nu de man overweegt met zijn huidige partner een woning te kopen in het buitenland, speelt het probleem dat in veel landen het locale recht aan een echtgenoot voor de eigendom of beschikkingsbevoegdheid met betrekking tot onroerende zaken bepaalde rechten toekent. Indien men volgens dat recht nog steeds gehuwd is, zal in dat geval de voormalige echtgenote/partner die juridische rol moeten invullen. Het verzoek van de man zal worden toegewezen als hierna vermeld.
5. De beslissing
De rechtbank:
verklaart voor recht dat door de omzetting van het huwelijk van partijen in een geregistreerd partnerschap, de notariële akte van beëindiging van het geregistreerd partnerschap van 27 februari 2009 en de vermelding van de beëindiging in de registers van de burgerlijke stand op 27 februari 2009, naar destijds geldend Nederlands recht, het huwelijk van partijen alsmede het daarop volgend geregistreerd partnerschap is beëindigd, waarvan de rechtsgevolgen naar Nederlands recht gelijk te stellen zijn met een door de rechtbank uitgesproken echtscheiding tussen partijen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Eerdhuijzen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 30 november 2011.