ECLI:NL:RBDOR:2011:BR5318
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak schuldwitwassen wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs
Op 3 november 2010 werd verdachte aangehouden in Meerkerk, gemeente Zederik, samen met een medeverdachte. Bij controle werd een geldbedrag van €16.630,- aangetroffen in de handtas van de medeverdachte. Verdachte werd beschuldigd van schuldwitwassen, omdat hij redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld afkomstig was uit een misdrijf.
De officier van justitie stelde dat het niet noodzakelijk was om te bewijzen uit welk misdrijf het geld afkomstig was; voldoende was dat het niet anders kon dan dat het geld uit een misdrijf kwam. De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was dat het geld uit een misdrijf afkomstig was en dat verdachte geen vermoeden had van een criminele herkomst.
De rechtbank oordeelde dat er geen direct bewijs was dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig was. Ook ontbraken feiten en omstandigheden die maakten dat het niet anders kon zijn. De wijze van verpakking en de samenstelling van het geld, evenals het feit dat verdachte het geld ontving van zogenaamde 'zware jongens', waren onvoldoende om schuld vast te stellen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van schuldwitwassen wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Dordrecht op 18 augustus 2011.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van schuldwitwassen wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.