ECLI:NL:RBDOR:2011:BR5095
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid
Op 9 september 2009 heeft verdachte een krantenbezorgster aangesproken, haar onverwacht gezoend en onzedelijk betast, waarbij hij haar dwong deze handelingen te dulden. Het slachtoffer kampte nog een jaar later met angst en durfde lange tijd niet de straat op. Verdachte, die zwakbegaafd is, ontkende de handtastelijkheden behalve de zoen, maar de rechtbank achtte de aangifte en het letselbewijs overtuigend.
De rechtbank vond dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege zijn verstandelijke beperking en egocentrische perspectief, maar strafbaar. Gelet op de ernst van het feit, het traumatische effect op het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van drie jaar op, gekoppeld aan verplichte reclasseringsbegeleiding.
Daarnaast kreeg verdachte een werkstraf van tachtig uur opgelegd om de ernst van het feit te benadrukken. De rechtbank wees een voorschot op immateriële schadevergoeding van €700 toe aan het slachtoffer, maar verklaarde de rest van de vordering niet-ontvankelijk wegens onvoldoende onderbouwing. Verdachte werd veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De rechtbank nam ook de psychologische rapporten en het reclasseringsadvies mee, waarin een laag tot gemiddeld recidiverisico werd ingeschat mits verdachte begeleiding accepteert. De straf en maatregelen zijn bedoeld om verdachte bewust te maken van zijn gedrag en toekomstige strafbare feiten te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, een werkstraf van tachtig uur en een schadevergoeding van €700 aan het slachtoffer.