ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ9843
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer tegen concurrentiebeding na beëindiging dienstverband
De werknemer was sinds 1996 in dienst van Sarens Nederland en werkzaam binnen de windbranche. Na zijn opzegging in 2009 trad hij in dienst bij een concurrent, Ter Linden Craning B.V. De werknemer vorderde dat het concurrentiebeding in zijn arbeidsovereenkomst niet langer geldig was, onder meer omdat Sarens Nederland geen belang meer had bij handhaving en omdat het beding onduidelijk en onredelijk zou zijn.
Sarens Nederland betwistte dit en stelde dat het concurrentiebeding geldig bleef na omzetting van de arbeidsovereenkomst naar onbepaalde tijd, dat er nog steeds een belang was bij handhaving vanwege het concernbelang, en dat er geen sprake was van een ingrijpende functiewijziging of onredelijke benadeling van de werknemer.
De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding geldig bleef en dat Sarens Nederland een belang had bij handhaving. De stelling dat het beding onduidelijk was, werd verworpen. Ook was er geen sprake van een ingrijpende functiewijziging die het beding zwaarder deed drukken. De belangenafweging leidde niet tot vernietiging of matiging van het beding. De gevorderde vergoeding werd afgewezen omdat de werknemer zelf had opgezegd. De vorderingen werden afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en het concurrentiebeding blijft geldig.