ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ6749
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling verhuis- en herinrichtingskosten in kort geding
De eiser was huurder van een gemeentelijk monument in Dordrecht en sloot met de gedaagde een overeenkomst over een mogelijke ruil van panden, waarbij een vergoeding van € 25.000,- was overeengekomen indien de ruil niet doorging en de eiser zelfstandig een ander huurpand vond.
De ruil tussen gedaagde en de gemeente kwam niet tot stand, waarna eiser een andere woning vond en betaling van de vergoeding vorderde. Gedaagde betwistte dit en stelde dat betaling pas verschuldigd was indien hij eigenaar van het pand was geworden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de tekst van de overeenkomst niet eenduidig was en dat het niet aannemelijk was dat gedaagde begreep dat hij moest betalen zonder eigendom of zekerheid daarvan. Ook was onvoldoende spoedeisend belang voor een onmiddellijke voorziening aangetoond, mede omdat eiser een lening had afgesloten voor de kosten.
Daarom werden de vorderingen afgewezen en werd eiser veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de verhuis- en herinrichtingskosten wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onduidelijkheid over eigendom.