ECLI:NL:RBDOR:2011:BP6009
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van schade en vermoeden van misleiding in verzekeringszaak over aanrijding
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of eiser recht heeft op uitkering van zijn verzekeraar Achmea na een aanrijding op 7 december 2008. De rechtbank benoemde een deskundige die de schade aan beide voertuigen onderzocht en constateerde dat bepaalde beschadigingen aan de rechterbuitenspiegel en het rechterachterportier van de Mercedes niet verklaard konden worden door de aanrijding. Ook werd de aanvankelijk door eiser opgegeven snelheid van 40 km/uur door de deskundige als onwaarschijnlijk hoog beoordeeld; de werkelijke snelheid werd geschat op circa 10 km/uur.
De deskundige concludeerde dat er wel degelijk een botsing had plaatsgevonden, maar dat niet alle schadeposten aan de aanrijding konden worden toegeschreven. De rechtbank nam het oordeel van de deskundige over en stelde vast dat eiser onjuiste informatie had verstrekt over de schade en snelheid, wat het vermoeden van misleiding door eiser jegens Achmea versterkt.
De rechtbank gaf eiser de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren, onder meer door het aandragen van getuigen, om aan te tonen dat de onjuiste opgave niet met misleidingsbedoeling was gedaan. Tot die tijd werd verdere beslissing aangehouden en werd bepaald dat een eventueel getuigenverhoor zou plaatsvinden onder leiding van mr. J.C. Halk in Dordrecht.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en stelt eiser in de gelegenheid tegenbewijs te leveren tegen het vermoeden van misleiding.