ECLI:NL:RBDOR:2011:BP4466
Rechtbank Dordrecht
- Raadkamer
- L.C. van Walree
- M.A.C. Prins
- M.A. Waals
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen DNA-profielbepaling bij veroordeelde voor witwassen en valsheid in geschrift
Op 26 januari 2011 heeft de rechtbank Dordrecht uitspraak gedaan over een bezwaarschrift van een veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor medeplegen van oplichting, witwassen en valsheid in geschrift, waarvoor een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 voorwaardelijk, was opgelegd.
De rechtbank beoordeelde eerst de geldigheid van het bevel tot afname van celmateriaal en concludeerde dat dit bevel rechtsgeldig was ondertekend door een officier van justitie. Vervolgens werd het bezwaar inhoudelijk behandeld. De verdediging voerde aan dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet van betekenis zou zijn voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten, mede omdat de veroordeelde geen recidivegevaar vertoonde.
De rechtbank overwoog dat de misdrijven waarvoor veroordeelde was veroordeeld vergelijkbaar zijn met misdrijven waarvoor DNA-onderzoek doorgaans niet wordt toegepast, zoals meineed en valsheid in geschrift. Omdat er geen aanwijzingen waren dat de veroordeelde zal recidiveren met andere misdrijven waarbij DNA-onderzoek relevant is, werd het bezwaar gegrond verklaard. De rechtbank beval dat het celmateriaal van de veroordeelde terstond wordt vernietigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt gegrond verklaard en het celmateriaal moet worden vernietigd.