ECLI:NL:RBDOR:2011:BP3121
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige plaatsing schutting en berging aan garage met herstelvordering hemelwaterafvoer
Eiser is eigenaar van een perceel met een garage, grenzend aan het perceel van gedaagde. Een rechtsvoorganger van gedaagde plaatste zonder toestemming een schutting deels op het erf van eiser en bevestigde deze aan diens garage, waarbij de palen door de hemelwaterafvoerleiding werden geslagen, waardoor waterafvoer niet meer functioneert. Tevens is een berging zonder toestemming aan de garage gebouwd, met ontkoppeling van de hemelwaterafvoer.
Eiser vordert herstel van de oorspronkelijke staat, waaronder verwijdering van de schutting, herstel van de hemelwaterafvoer, verwijdering bevestigingsmiddelen en herstel boeiboord, en schadevergoeding. Gedaagde betwist aansprakelijkheid en stelt dat de schutting op de erfgrens staat en dat verwijdering van bevestigingsmiddelen onredelijk is.
De rechtbank oordeelt dat de schutting onrechtmatig is geplaatst zonder medewerking van eiser, maar dat eiser onvoldoende belang heeft bij verwijdering van de schutting zelf, omdat deze op de erfgrens staat en geen hinder veroorzaakt behalve de beschadiging van de hemelwaterafvoer. De vordering tot herstel van de hemelwaterafvoer wordt toegewezen. De vordering tot verwijdering van bevestigingsmiddelen en herstel boeiboord wordt afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid, gezien de hoge kosten en onvoldoende onderbouwd belang van eiser.
Schadevergoeding wordt afgewezen omdat eiser zijn schade niet aannemelijk heeft gemaakt en niet in de gelegenheid wordt gesteld deze nader te onderbouwen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot herstel van de hemelwaterafvoer, overige vorderingen worden afgewezen.