ECLI:NL:RBDOR:2010:BO8097
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting van onverschuldigde betaling en onrechtmatig beslag in zakelijke betalingsconstructie
In deze civiele procedure tussen Iterum en Scheepsbouw staat centraal of een betaling van €30.000 door Iterum aan Scheepsbouw onverschuldigd was, nu Scheepsbouw dit bedrag doorgaf aan Scheepvaart. Iterum stelt dat zij geen overeenkomst met Scheepsbouw heeft en dat de betaling onverschuldigd was. Tevens beroept Iterum zich op dwaling en wanprestatie.
Scheepsbouw betwist het bestaan van een overeenkomst met Iterum, maar erkent het doorbetalen van het bedrag aan Scheepvaart. Tevens vordert Scheepsbouw opheffing van een door Iterum gelegde beslaglegging op haar bankrekening en schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag.
De rechtbank oordeelt dat de betaling niet onverschuldigd was omdat er een betalingsconstructie bestond waarbij Iterum aan Scheepsbouw betaalde met de afspraak dat Scheepsbouw zou doorbetalen aan Gelria. Een beroep op dwaling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vermeende schade van Iterum wordt niet toegekend omdat het voordeel van de tekortkoming groter dan het nadeel is.
De vordering van Iterum wordt afgewezen en het beslag op de bankrekening van Scheepsbouw wordt opgeheven wegens ondeugdelijkheid van de vordering. De schadevordering van Scheepsbouw wegens het beslag wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Beide partijen worden in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Iterum af, heft het beslag op Scheepsbouws rekening en wijst de schadevordering van Scheepsbouw af.