ECLI:NL:RBDOR:2010:BO4683
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake indicatie begeleiding AWBZ na wetswijziging
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerster waarin zij een indicatie voor begeleiding individueel klasse 1 op grond van de AWBZ toegekend kreeg. Verzoekster stelt dat deze indicatie onvoldoende is om haar functioneren te ondersteunen, mede vanwege haar ADHD-stoornis en de noodzaak van ondersteunende begeleiding bij administratie en huishouden.
De rechtbank overweegt dat sinds 1 januari 2009 de functies 'activerende' en 'ondersteunende begeleiding' zijn vervallen en vervangen door de functie 'begeleiding', waarbij aanspraak alleen bestaat bij matige tot ernstige beperkingen op specifieke terreinen. De hulp bij het structureren van het huishouden valt volgens verweerster onder de Wmo, waarvoor verzoekster een aanvraag heeft ingediend maar nog in behandeling is.
De medisch adviseur van verweerster concludeerde op basis van onvoldoende onderzoek dat verzoekster lichte beperkingen heeft en leerbaar is, mede omdat zij een HBO-opleiding volgt. De voorzieningenrechter acht dit oordeel niet zorgvuldig en acht nader onderzoek noodzakelijk. Gezien de onduidelijkheid over de aard van de beperkingen en de hulpbehoefte, en het ontbreken van een spoedeisend belang, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Wel wordt verweerster verplicht het betaalde griffierecht aan verzoekster te vergoeden. Het oordeel van de voorzieningenrechter is voorlopig en bindt verweerster niet bij de beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het betaalde griffierecht wordt vergoed.