ECLI:NL:RBDOR:2010:BO4318
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Handhaving voorlopige begeleide omgangsregeling en informatieregeling tussen ouder en minderjarige
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een man en zijn minderjarige kind centraal. De rechtbank handhaaft de eerdere voorlopige omgangsregeling waarbij begeleide omgang via het Omgangshuis van Trivium te Zwolle wordt georganiseerd. De vrouw heeft bezwaar gemaakt tegen de omgang en verzocht om psychiatrisch onderzoek van de man, wat door de rechtbank is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor belemmeringen.
De vrouw stelde dat de man manisch-depressief zou zijn en dat dit, in combinatie met de PDD-NOS diagnose van de minderjarige, van belang is voor de omgangsregeling. De rechtbank oordeelde dat het reeds door de Raad voor de Kinderbescherming uitgevoerde onderzoek voldoende was en dat nieuw onderzoek niet noodzakelijk was. De vrouw kreeg een dwangsom opgelegd indien zij haar medewerking aan de begeleide omgang weigert.
Daarnaast werd een informatieregeling vastgesteld waarbij de vrouw vier keer per jaar minimaal 500 woorden schriftelijk informatie moet verstrekken over de schoolprestaties, gezondheid en hobby’s van de minderjarige, vergezeld van twee recente foto's. De zaak is verwezen naar de rol voor evaluatie van de omgangsregeling. De rechtbank benadrukte het belang van contact tussen de minderjarige en beide ouders en stelde dat de vrouw een klimaat moet scheppen waarin de minderjarige dit contact kan ervaren als positief.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de voorlopige begeleide omgangsregeling, legt een dwangsom op aan de vrouw bij weigering van medewerking en bepaalt een informatieregeling.