ECLI:NL:RBDOR:2010:BO0363
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering overbedelingsvergoeding na verkoop echtelijke woning
Partijen, ex-echtgenoten, sloten een echtscheidingsconvenant waarbij de man de echtelijke woning kreeg toegewezen en een overbedelingsvergoeding aan de vrouw betaalde uit morele verplichting. De zoon van partijen zou in de woning blijven wonen tot zijn 21e, maar verhuisde na 1,5 jaar naar de vrouw. De man verkocht vervolgens de woning.
De vrouw vorderde een bedrag van €31.051,50 wegens vermeende misleiding, misbruik van omstandigheden, onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking en onvoorziene omstandigheden. De man betwistte dit en stelde dat de afspraken niet misleidend waren en dat de vrouw onder begeleiding van een advocaat-scheidingsbemiddelaar instemde.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van bedrog of misbruik van omstandigheden, aangezien de vrouw onvoldoende feiten had gesteld. De natuurlijke verbintenis van de vrouw om de overbedelingsvergoeding te betalen was rechtsgeldig en niet onverschuldigd. Ook was geen reden voor aanpassing van het convenant op grond van onvoorziene omstandigheden.
De vordering werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de vrouw tot betaling van een overbedelingsvergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing van haar stellingen.